postuum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pos·tuum
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen postuum postumer postuumst
verbogen postume postumere postuumste
partitief postuums postumers -

Bijvoeglijk naamwoord

postuum

  1. na het overlijden
    • De ridderorde was een postuum eerbewijs voor de heldhaftige man die zovele mensen had gered. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie