politisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen politisch politischer
verbogen politische politischere
partitief politisch politischers -

Bijvoeglijk naamwoord

politisch

  1. (verouderd) staatkundig
  2. (verouderd) (partij-)politiek
Opmerkingen
  1. Woordenboek der Nederlandsche Taal online geraadpleegd 2011-12-30


Duits

Uitspraak
  • IPA: /poˈliːtɪʃ/
Woordafbreking
  • po·li·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
politisch
/poˈliːtɪʃ/
politischer
/poˈliːtɪʃɐ/
am politischten
/poˈliːtɪʃstn̩/
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

politisch

  1. politiek
Antoniemen