Naar inhoud springen

plurale tantum

Uit WikiWoordenboek

Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
  • plu·ra·le tan·tum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plurale tantum pluralia tantum
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het plurale tantumo

  1. aanduiding voor een woord dat als regel enkel in de meervoudsvorm wordt gebruikt
    • Een voorbeeld in het Nederlands is vlegeljaren; vlegeljaar, het grammaticaal enkelvoud, is niet in zwang. 
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid