plons

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plons

Werkwoord

vervoeging van
plonzen

plons

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plonzen
    • Ik plons. 
  2. gebiedende wijs van plonzen
    • Plons! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plonzen
    • Plons je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie