planmatig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ma·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen planmatig planmatiger planmatigst
verbogen planmatige planmatigere planmatigste
partitief planmatigs planmatigers -

Bijvoeglijk naamwoord

planmatig [1]

  1. volgens een vooraf opgestelde manier van aanpak
    • ‘De inventaris kan worden gebruikt om een gericht en planmatig investeringsbeleid vorm te geven. Op basis van de inventaris zal Vlaanderen aan wegbeheerders gerichte vragen kunnen stellen om prioritair aan te pakken haltes toegankelijk te maken. Op die manier wordt planmatig een netwerk van ‘meer mobiele lijnen’ nagestreefd. De Lijn trekt zelf 1,5 miljoen euro uit om haltes in eigen bedding (tramhaltes) van de eerste geselecteerde ‘meer mobiele lijnen’ toegankelijk aan te leggen’, aldus Weyts. [2] 
    • De officier van justitie noemt het handelen van de man te kwalificeren als moord. "De verdachte is planmatig te werk gegaan. In de maanden voorafgaand aan de dood van het slachtoffer heeft hij gezocht naar methoden om zijn ex-partner om het leven te brengen. De verdachte zat financieel aan de grond, met de dood van zijn ex-partner zou hij financieel gewin maken. Daarbij had hij een relationeel belang."[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 9 augustus 2017
  3. Tubantia 31 mei 2017