methodisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·tho·disch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen methodisch methodischer
verbogen methodische methodischere
partitief methodisch methodischers -

Bijvoeglijk naamwoord

methodisch

  1. betrekking hebben op een bepaalde methode, of gelijkend op die methode
    • Hij ging heel methodisch te werk. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.