pipowagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

pipowagen
Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·po·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pipowagen pipowagens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pipowagen m

  1. (verkeer) een woonwagen die door een paard getrokken kan worden
    • ‘We logeren binnenkort in een pipowagen op een ezelboerderij.’ Dat zinnetje deed mijn zoon Wannes branden van spanning. Een jongen van zeven blijft een jongen van zeven. Maar toegegeven, ook ik keek er naar uit om in B&B De Balkende Hoeve te slapen in een echte roulotte tussen de ezels. [1] 
    • Hij werd al gespot in Winterswijk, Haaksbergen en Hof van Twente: de 72-jarige troubadour Ruud uit het zuiden van het land. Met kip, muilezel en pipowagen trekt deze opvallende verschijning door de regio. [2] 
  2. (informeel) modernere woonwagen of caravan
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 04 JULI 2015 Wouter Willaert
  2. Tubantia 29- juni - 2017