pietluttig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • piet·lut·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pietluttig pietluttiger pietluttigst
verbogen pietluttige pietluttigere pietluttigste
partitief pietluttigs pietluttigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pietluttig

  1. (als) van een pietlut
    • Een pietluttige houding. 
  2. klein, onbetekenend, onbenullig
    • Een pietluttig stukje land. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.