pica

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·ca
enkelvoud meervoud
naamwoord pica -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pica v

  1. (medisch) de ziekelijke neiging oneetbare zaken te consumeren
    Deze vorm van pica kan tot darmbeschadiging leiden en moet daarom behandeld worden.
  2. (eenheid) een typografische eenheid 1 pica = 4,2175176 mm

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
pica -

Zelfstandig naamwoord

pica

  1. (medisch) pica
  2. (eenheid) pica


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
picar

pica

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van picar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van picar
vervoeging van
picarse

pica

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van picarse