perkoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Rijen perkoenen gebruikt als strandhoofd
Uitspraak
Woordafbreking
  • per·koen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord perkoen perkoenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

perkoen m

  1. (waterbeheer) korte paal bestaande uit de geschilde stam van een jonge eik of den
    • Aangezien militairen begonnen waren met het slaan van perkoenpalen voor een kistdam en de Rijkswaterstaat gewaarschuwd was, dat in de Westkanaaldijk daar ter plaatse een hoogspanningskabel lag, werden de studenten tekeningen van de kabelligging ter hand gesteld, opdat zij konden nagaan of de kabel geraakt zou worden door een perkoen. [3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

14 % van de Nederlanders;
9 % van de Vlamingen.[4]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen