penter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord penter penters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

penter m

  1. (scheepvaart) takel om het anker langszij te hijsen
    • (…) punter, of penter, een taalie, door welkers behulp een anker op sij’ gewonden werd (…) [3]
  2. (molenaarsambacht) (houtzaagmolen) metalen punt met een ring, die aan een steel vastzitten
    De punt wordt met de steel in een stam geslagen, waarna die kan worden verplaatst met behulp van een touw dat door de ring loopt.
    • De penter wordt in de te lichten stam ingedreven, ter plaatse van het te verwachten zwaartepunt. [4]

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen