pelo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·lo
enkelvoud meervoud
pelo pelos

Zelfstandig naamwoord

pelo m

  1. (anatomie) haar

Werkwoord

vervoeging van
pelar

pelo

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van pelar
Uitdrukkingen en gezegden
  • Tomar el pelo.
(Iemand) iets op de mouw spelden, een grap uithalen.