parthenogenese

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·the·no·ge·ne·se
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Grieks [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord parthenogenese
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

parthenogenese v [2]

  1. (biologie) een vorm van ongeslachtelijke voortplanting, het verschijnsel dat vrouwtjes van bepaalde diersoorten nakomelingen kunnen krijgen zonder dat hier mannetjes aan te pas komen
     Maagdelijke voortplanting of parthenogenese is bij enkele soorten reptielen, insecten en vissen bekend.[3]
     Deze vorm van aseksuele voortplanting heet 'parthenogenese' of maagdelijke voortplanting en komt vrij vaak voor bij ongewervelde dieren.[4]
  2. (religie) maagdelijke geboorte van Jezus Christus

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. parthenogenese op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron “Zonder vader geboren rog overleed al na drie dagen” (10-09-2014), Tubantia
  4. Bronlink Weblink bron “Zebrahaai verrast met drie jongen na zelfbevruchting” (18-01-2017), Tubantia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be