wablief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·blief
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkorting van "wat belief je" oftewel "wat belieft u".[1]

Tussenwerpsel

wablief

  1. (verkorting) uiting van onbegrip of verbazing: vraag om opheldering, (letterlijk:) vraag naar iemands wens
    • Heer Bommel laat zijn arm zakken en zet grote ogen op.
      'W-Wablief?' vraagt hij ongelovig.
       [2]
  2. (spottend) uiting van verontwaardiging
    • "Wablief? Jij denkt dat iedereen meedeed aan dat groepswerk?!..." [3]
Schrijfwijzen
Synoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
79 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. watblief in het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
  2. Uitgeest, Wil (2005). Tussen verwondering en verbijstering: kunst, wetenschap en innerlijke vrijheid, p. 69. Uitg.: Christofoor, ISBN 9789060382639. Citaat oorspronkelijk uit een verhaal van Marten Toonder.
  3. Tistaert, G.; S. Janssens, F. Laevers, M. Kog en M. Pex (1995). Praktijkopleiding van aanstaande leraren, p. 305. Uitg.: Garant, ISBN 9789053504048.