pacto

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

enkelvoud meervoud
pacto pactos

Zelfstandig naamwoord

pacto m

  1. verbond, alliantie

Werkwoord

vervoeging van
pactar

pacto

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van pactar