own

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse ownen.
vervoeging
onbepaalde wijs to  own 
he/she/it  owns 
verleden tijd  owned 
voltooid
deelwoord
 owned 
onvoltooid
deelwoord
 owning 
gebiedende wijs  own 

Werkwoord

own

  1. bezitten
  2. verslaan, overweldigen
    «I will own my enemies.»
    Ik zal mijn vijanden verslaan.