ordonnantie
Uiterlijk
- Geluid: ordonnantie (hulp, bestand)
- or·don·nan·tie
- afgeleid van het Franse ordonnance (met het achtervoegsel -antie) [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ordonnantie | ordonnanties ordonnantiën |
| verkleinwoord | - | - |
de ordonnantie v
1.
- Het woord ordonnantie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ordonnantie" herkend door:
| 77 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ ordonnantie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be