Naar inhoud springen

opwinding

Uit WikiWoordenboek
  • op·win·ding
enkelvoud meervoud
naamwoord opwinding opwindingen
verkleinwoord opwindinkje opwindinkjes

deopwindingv

  1. de handeling van het opwinden
    • De opwinding van de klos werd geblokkeerd door een stuk schroot. 
  2. (psychologie) een toestand van geestelijke of erotische geprikkeldheid
    • In alle opwinding vergat hij de tijd. 
    • Van heimwee had ik bepaald geen last als we vroeger met ons gezin op vakantie gingen. Dolenthousiast was ik: een halfjaar van tevoren keek ik er al naar uit. Dat ik nu al reizend kan werken, vind ik geweldig. Voor het eerst lopen door de straten van New York of waar dan ook ter wereld: er maakt zich een enorme opwinding van mij meester als ik op een nieuwe plek kom. Dat ik geen vaste werkplek heb, is voor mij geen punt. Ik weet genoeg werkplekken te vinden die te huur zijn. Voor geroezemoes of getinkel van bestek kan ik me goed afsluiten. [1] 
     Maar het kan ook voelen alsof de moderne tijd ons steeds dieper in hebzucht, wanhoop en opwinding dompelt.[2]
     Maar ik kan me haar heel duidelijk herinneren: de kracht van zijn woorden, de passie waarmee hij die uitte, de opwinding van de menigte die hij steeds verder opzweepte, de knipoog die hij met Palicanus uitwisselde toen hij het tribunaal verliet, en Terentia, die geen spier vertrok en onbeweeglijk voor zich uit bleef staren toen om haar heen het applaus losbarstte.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Reformatorisch Dagblad Gertina Heger 23-04-2018 Werken met de wereld aan je voeten
  2. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  3. “Imperium” (2006), Cargo, ISBN 9023420535
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be