optisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tisch
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Duits met het achtervoegsel -isch [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen optisch optischer
verbogen optische optischere
partitief optisch optischers -

Bijvoeglijk naamwoord

optisch

  1. met betrekking tot het licht
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl