ophaaldag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·haal·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ophaaldag ophaaldagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ophaaldag m

  1. vastgestelde datum waarop iets bij een vaste verblijfplaats wordt ingezameld
    • Het aantal ophaaldagen van post bij bedrijven wordt daarnaast teruggebracht van zes naar vijf dagen in de week. [1]
    1. periodieke datum waarop afvalstoffen worden ingezameld bij woningen of bedrijven
      • Het is vandaag ophaaldag. Papier, flessen en plastic afval staan aan de straat. [2]
      • De werkonderbreking was bewust voor vandaag gepland. De stad lag bezaaid met afval van het gisteren gehouden bevrijdingsfestival. De woensdag is bovendien vaste ophaaldag van vuilnis van winkeliers. [3]
    2. datum waarop geld of goederen voor een liefdadig doel worden ingezameld
      • Op de plastic kledingzakken staat 'de volgende week woensdag', de normale ophaaldag van de Hulpactie, maar de kledingophaalactie in Kerkrade vindt reeds vandaag plaats. [4]
      • Om deeze heillooze gevolgen uit te roeijen, en nuttige en eerkennende Leeden der zaamenleeving te maaken, zoo is er geen kragtdaadiger, dan hun werk te verschaffen, en den hier in weigeragtigen buijten alle bedeeling te sluijten. Mijn voorgestelt Geboortsoort heeft, mag ik het zeggen? geen een openlijk bedelende, die niet in staat is, zijn halven kost te winnen. - Wat doen die? - aan het openbaar weekelijks beedelen en ophaalen gewoon, hebben zij geen zorg voor het toekomende, en dus gaat niet zelden den ophaaldag een groot gedeelte aan genever door de keel, en wat nog erger is, door zommige Broederschappen brood uitgedeeld, is het nauwelijks ontfangen, of de kroeg koopt het voor een goeden teug in. [5]
    3. datum waarop de ingevulde vragenformulieren, stembiljetten of handtekeningen onder een petitie worden verzameld
      • De eerste ophaaldag in Egmond aan zee heeft zaterdag 1100 handtekeningen opgeleverd, waarbij aangetekend moet worden dat veertig tot vijftig procent van de mensen niet thuis was. [6]
  2. datum waarop rechthebbenden goederen kunnen afhalen die buiten een verkoop bij faillissement moeten blijven
    • De Cinecokluis, waarin naar schatting 30.000 filmblikken liggen, was sinds het faillissement echter gesloten, waardoor filmmakers en producenten bijna een jaar lang niet bij hun materiaal konden. Aan deze situatie kwam deze week verandering toen Terry Steffens, curator van Cineco, een brief naar regisseurs en producenten stuurde, met de oproep hun filmblikken op 24 september te komen ophalen tijdens de ‘uitlever- en ophaaldag’. Voor een vergoeding van 25 euro mag men de eigen spullen meenemen. [7]
  3. vastgestelde datum waarop mensen op een bepaalde plaats worden bezocht om hen naar een andere plaats te brengen
    • De ophaaldag vindt plaats op 17 juli De ouders van kapoenen en kabouters worden die dag verwacht om 14u op het kampterrein om hun kind en de bagage op te halen. [8]
    • De sfeer in de Jan van Eyckstraat was vooral op zulk een ophaaldag en -nacht ontzettend. [9]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen