opgewonden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·won·den

Werkwoord

vervoeging van
opwinden

opgewonden

  1. voltooid deelwoord van opwinden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.