opdienster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·dien·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opdienster opdiensters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opdienster v

  1. (beroep) vrouw die klanten bedient in een horecagelegenheid
    • Twee jongeren uit Florida (Verenigde Staten) moeten van de rechter hun excuses aanbieden op YouTube. De jongens hadden eerder hun vandalenstreek gefilmd en op YouTube gezet. De jongens smeten in een wegrestaurant een glas frisdrank in het gezicht van een opdienster. [1] 
    • Mijn filosofie was: ‘Waarom fooien geven als iemand normaal wordt betaald? En waarom fooien geven aan bv. een opdienster van een restaurant terwijl dit nooit gegeven wordt aan een kassierster van een supermarkt ?’. [2] 
    • De 27-jarige onderzoekster Melissa Galm heeft zelf een bijbaantje als opdienster en was benieuwd of het stereotiep beeld 'blondines zijn het aantrekkelijkst' ook een een invloed heeft op de hoogte van de fooien. Daarom vroeg ze aan negen vrouwelijke horecacollega's om gedurende twee maanden deel te nemen aan een experiment dat het aloude cliché al dan niet zou bevestigen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 10/06/2008 Amerikaanse jongeren moeten zich excuseren op YouTube
  2. De Standaard 20/12/2010 door Rinaldo Neels Waarheid en politiek. (4) ‘Een vluggertje in 15 minuten’
  3. De Standaard 17/05/2011 om 20:58 door vwh Blonde serveersters krijgen hoogste fooien