onverholen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·ho·len
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverholen onverholener meest onverholen
verbogen - onverholenere -

Bijvoeglijk naamwoord

onverholen [2]

  1. geen moeite nemend iets te verhelen, openlijk
Antoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal