onthulling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·hul·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onthulling onthullingen
verkleinwoord onthullinkje onthullinkjes

Zelfstandig naamwoord

onthulling v

  1. bekend maken wat eerst verborgen was
     De onthulling van het straatbord werd wegens de pandemie twee jaar uitgesteld. Naast het naambord werd ook het kunstwerk, met daarop de tekst 'Ik heb je lief', voor het eerst getoond. Dat is een zin uit de tekst van het beroemde nummer Pastorale, dat List samen met Ramses Shaffy zong.[1]
    • Tijdens het grote feest was er de onthulling van het nieuwe standbeeld. 
    • De onthulling van de foto is voor Falcke een grote opluchting. ‘We hebben hier 25 jaar op gewacht. En toen ik eindelijk wist wat eruit kwam, mocht ik er niet over praten. Nu is het openbaar en is deze foto niet meer van ons alleen, maar van iedereen’, laat hij aan de telefoon weten. [2] 
Synoniemen
  1. openbaring, revelatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 24 juni 2022 Weblink bron “Voetpad op Vlieland vernoemd naar Liesbeth List” (24 juni 2022), NU.nl
  2. de Volkskrant George van Hal 10 april 2019 Astronomen maken eerste foto van een zwart gat
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be