onthulling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·hul·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onthulling onthullingen
verkleinwoord onthullinkje onthullinkjes

Zelfstandig naamwoord

onthulling v

  1. bekend maken wat eerst verborgen was
    • Tijdens het grote feest was er de onthulling van het nieuwe standbeeld. 
Synoniemen
  1. openbaring, revelatie

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.