onthullen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·hul·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onthullen
onthulde
onthuld
zwak -d volledig

Werkwoord

onthullen

  1. overgankelijk van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
    • Het ontwerp van de nieuwe voetbalbeker werd afgelopen week officieel onthuld. 
  2. overgankelijk openbaren van onbekende feiten
    • Hij had het niet graag wanneer er dingen over zijn verleden werden onthuld waar hij niet trots op was. 
    • Cern onthult plannen voor nieuwe megaversneller van 100 kilometer. Het zong al een tijdje rond, maar nu heeft deeltjesfysica-instituut Cern zijn officiële plannen gepresenteerd voor een nieuwe deeltjesversneller. Die megaversneller moet honderd kilometer lang worden, bijna viermaal groter dan de huidige Large Hadron Collider. [1] 
     Wat zal de geschiedenis nog eens over ons onthullen?[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Volkskrant George van Hal 21 januari 2019 Cern onthult plannen voor nieuwe megaversneller van 100 kilometer
  2. Bronlink Weblink bron ds. J. Belder “Column (ds. J. Belder): Wie geschiedenis van slavernij in beeld wil brengen, moet diep graven” (28-11-2017), Reformatorisch Dagblad