onschatbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·schat·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onschatbaar onschatbaarder onschatbaarst
verbogen onschatbare onschatbaardere onschatbaarste
partitief onschatbaars onschatbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onschatbaar

  1. dat je het niet kunt betalen
    • Zijn bijdrage is van onschatbare waarde vandaar dat we hem ook eeuwig dankbaar zijn. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.