onomatopee
Uiterlijk
- Geluid: onomatopee (hulp, bestand)
- IPA: /ˌonomatoˈpe/
- ono·ma·to·pee
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klanknabootsend woord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onomatopee | onomatopeeën |
| verkleinwoord | onomatopeetje | onomatopeetjes |
de onomatopee v
- (taalkunde) een door klanknabootsing gevormd woord
- Koekoek is een onomatopee.
1. door klanknabootsing gevormd woord
- Het woord onomatopee staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onomatopee" herkend door:
| 41 % | van de Nederlanders; |
| 76 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "onomatopee" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 41 %
- Prevalentie Vlaanderen 76 %