ondubbelzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·dub·bel·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ondubbelzinnig ondubbelzinniger ondubbelzinnigst
verbogen ondubbelzinnige ondubbelzinnigere ondubbelzinnigste
partitief ondubbelzinnigs ondubbelzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

ondubbelzinnig

  1. niet mis te verstaan
    Dit was een ondubbelzinnige verklaring van de feiten.
Vertalingen