dubbelzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub·bel·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van dubbel en zin met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dubbelzinnig dubbelzinniger dubbelzinnigst
verbogen dubbelzinnige dubbelzinnigere dubbelzinnigste
partitief dubbelzinnigs dubbelzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

dubbelzinnig

  1. met meerdere betekenissen, wat je op meer manieren kunt uitleggen (waarvan één betekenis soms erotische geladen is), vaak grappig bedoeld.
    De man maakte te veel dubbelzinnige opmerkingen.
    De grappenmaker maakte veel dubbelzinnige opmerkingen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen