ondervangen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·van·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ondervangen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ondervangen
onderving
ondervangen
klasse 7 volledig
  1. opheffen, tegenhouden, voorkomen
    • Met deze extra maatregel probeert het kabinet de nadelige gevolgen van de nieuwe wet de ondervangen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.