onderstroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • on·der·stroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderstroom onderstromen
verkleinwoord onderstroompje onderstroompjes

Zelfstandig naamwoord

ónderstroom m [1]

  1. stroming diep in het water
  2. (figuurlijk) verloop van iemands diepere gevoelens
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Werkwoord

vervoeging van
onderstromen

ónderstroom

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderstromen
    • ... dat ik ónderstroom. 
vervoeging van
onderstromen

onderstróóm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderstromen
    • Ik onderstroom. 
  2. gebiedende wijs van onderstromen
    • Onderstroom! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderstromen
    • Onderstroom je? 

Verwijzingen