onderdijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·dijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderdijk onderdijken
verkleinwoord onderdijkje onderdijkjes

Zelfstandig naamwoord

onderdijk m

  1. onderste gedeelte van een dijk

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie