onbegrijpelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·grij·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbegrijpelijk onbegrijpelijker onbegrijpelijkst
verbogen onbegrijpelijke onbegrijpelijkere onbegrijpelijkste
partitief onbegrijpelijks onbegrijpelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onbegrijpelijk

  1. niet of zeer moeilijk te begrijpen, rationeel niet te volgen, onlogisch
    • De plannen zijn onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. 
     Hij vindt het onbegrijpelijk dat de rechters zich niet uitspreken over de onjuistheden die volgens de school in het rapport staan.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be