onbegrijpelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·grij·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbegrijpelijk onbegrijpelijker onbegrijpelijkst
verbogen onbegrijpelijke onbegrijpelijkere onbegrijpelijkste
partitief onbegrijpelijks onbegrijpelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onbegrijpelijk

  1. niet of zeer moeilijk te begrijpen, rationeel niet te volgen, onlogisch
    • De plannen zijn onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. 
    • Hij vindt de uitspraak van de tuchtcommissie onbegrijpelijk. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.