omslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omslaan
sloeg om
omgeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

omslaan

  1. overgankelijk iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
    • Hij sloeg de bladzijde om. 
  2. ergatief plotseling en met geweld omkantelen of omvallen van boten, voertuigen
    • Op het meer is door de harde wind een zeilboot omgeslagen. 
  3. ergatief plotseling veranderen van iets
    • Het weer slaat om. 
    • Het beleid slaat om. 
    • Het optimisme op Wall Street slaat om. 
    • Angst sloeg om in pure paniek. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.