omslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omslaan
sloeg om
omgeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

omslaan

  1. (overgankelijk) iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
    Hij sloeg de bladzijde om.
  2. (ergatief) plotseling en met geweld omkantelen of omvallen van boten, voertuigen
    Op het meer is door de harde wind een zeilboot omgeslagen.
  3. (ergatief) plotseling veranderen van iets
    Het weer slaat om.
    Het beleid slaat om.
    Het optimisme op Wall Street slaat om.
    Angst sloeg om in pure paniek.