nukkig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nuk·kig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van nuk met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nukkig nukkiger nukkigst
verbogen nukkige nukkigere nukkigste
partitief nukkigs nukkigers -

Bijvoeglijk naamwoord

nukkig

  1. (psychologie) iemand met een grillig en boze stemming of karakter
    Het nukkige meisje trok een pruilmondje en stampte met haar voeten op de grond.
    Het nukkige kind deed expres alles verkeerd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen