noodweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vrachtwagen gaat via een noodweg de rivier over omdat de brug vernield is
Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodweg noodwegen
verkleinwoord noodweggetje noodweggetjes

Zelfstandig naamwoord

noodweg m [1]

  1. een tijdelijke weg
    • De advocaat zei dat de gemeente Winsum en ProRail te laat de onbewaakte overgang hebben aangepakt. „Er is anderhalf jaar niets aan gedaan. Mijn cliënt is aan de dood is ontsnapt en ook slachtoffer.” In 2014 en 2015 waren er dodelijke ongevallen op de overgang. In december 2016 werd een noodweg aangelegd.[2] 
    • De genie van de landmacht is tot diep in de nacht bezig geweest met het aanleggen van een noodweg door de weilanden naar de trein. Via de weg reed een hijskraan naar het spoor, waar die de 40 ton zware goederenwagon van het spoor tilde.[3] 
  2. een noodoplossing
    • Volgens VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra is de noodweg hypothetisch maar staatsrechtelijk wel correct en afgestemd met de landsadvocaat. Samsom zei dat de doelen van de zorgwet (betere zorg tegen minder kosten) te belangrijk zijn om te laten schieten. 'Dus als het met een hele mooie wet niet lukt, dan ga je het doen met een AMvB die minder fraai is, maar wel de doelen dichterbij brengt.'[4] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen