noodhulp
Uiterlijk

- nood·hulp
- samenstelling van nood en hulp [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noodhulp | noodhulpen |
| verkleinwoord | noodhulpje | noodhulpjes |
- tijdelijke hulp voor mensen in nood
- Na de aardbeving duurde het een week voordat noodhulp in voldoende mate aanwezig was.
- ▸ Veertig jaar na Live Aid is de internationale noodhulp blijvend veranderd.[3]
- ▸ "Dat was in feite het begin van de moderne noodhulp", zegt Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire studies aan de Erasmus Universiteit.[3]
- Het woord noodhulp staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "noodhulp" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ noodhulp op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2
Weblink bron Iris Houben“Veertig jaar na Live Aid is de internationale noodhulp blijvend veranderd..” (13-7-2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 of 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %