nikke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nik·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord hníga of uit het Nederduits.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nikke
nikker
nikket
nikka
nikket
nikka
Klasse 1 zwak

Werkwoord

nikke

  1. knikken
    «Blomstene stod og nikket
    De bloemen stonden en knikten.
  2. koppen
    «Jeg nikket ballen i mål.»
    Ik kopte de bal in het doel.
  3. dutten, dommelen
    «Jeg var så trett at jeg satt og nikket
    Ik was zo moe dat ik zat te dutten.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

[1] nikke bekreftende

  • Bevestigend knikken.

[1] nikke farvel

  • Afscheid knikken.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord hníga of uit het Nederduits.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nikke
nikkar
nikka
nikka
Klasse 1 zwak

Werkwoord

nikke

  1. knikken
  2. koppen
    «Eg nikka ballen i mål.»
    Ik kopte de bal in het goal.
  3. dutten, dommelen
    «Eg var så trøytt at eg sat og nikka
    Ik was zo moe dat ik zat te dutten.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

[1] nikke goddag

  • Hello knikken.