nigga

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nig·ga
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nigga nigga's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nigga m

  1. (informeel) aanduiding voor de oorspronkelijke, donkerhuidige negroïde bewoners van Afrika ten zuiden van de Sahara, vaak als geuzennaam gebruikt, vooral in de hiphopcultuur
     Maar nog hield de vrouw niet op. ,,Hij moet in het leger zitten of zo, maar wij betaalden voor onze zitplaatsen dus dan zou hij nog moeten wachten", hoorde Walker haar zeggen. ,,Nope, te groot om in het leger van een ander te dienen", was zijn antwoord. ,,Ik ben gewoon een nigga met geld." Volgens Walker begonnen alle andere mensen in de rij vervolgens te applaudisseren.[1]
     Volgt de clip die een aanklacht is tegen 3FM. Eén lang shot op Fresku. 'Hilversum wil blanke rappers per se / Geen blackface, nigga.' Terwijl hij zichzelf langzaam wit schminkt.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Man biedt excuses aan nadat hij racistische vrouw te kijk zet op sociale media” (1-12-2017), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Hans van der Bee “Fresku, wat moet je daar ook over zeggen” (27 juni 2017), Het Parool
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be