nietwaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • niet·waar
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep ter ontkenning’ voor het eerst aangetroffen in 1862 [1]
  • ontstaan door samentrekken van "Is het niet waar?" [2]

Tussenwerpsel

nietwaar

  1. tracht bevestiging op te roepen van de uitspraak die eraan voorafgaat
    • Dat is een belangrijke verbetering gebleken, nietwaar? 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen