netbeheer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·be·heer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord netbeheer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

netbeheer o

  1. de aanleg en het onderhoud van een netwerk (voor gas, elektriciteit of internet)
    • De landelijke netbeheerder van hoogspanningsleidingen, Tennet, ligt opnieuw overhoop met de toezichthouder ACM. De toezichthouder heeft vrijdag de spelregels bekendgemaakt voor de tarieven die de netbeheerders de komende vijf jaar mogen rekenen. Terwijl de tarieven nog niet bekend zijn, tekent Tennet bij voorbaat beroep aan. Het bedrijf verwacht dat de kosten van het netbeheer zullen stijgen. Door toenemende marktintegratie zal er steeds meer goedkope duurzame stroom door de verbindingen stromen. Tennet noemt het onterecht dat het door de ACM volledig verantwoordelijk wordt gehouden voor de die kosten. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Renée Postma 2 september 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be