nestor
Uiterlijk
- nes·tor
- In de betekenis van ‘eerbiedwaardige grijsaard’ voor het eerst aangetroffen in 1678 [1]
- afgeleid van het Griekse Nestōr (met het achtervoegsel -or) [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nestor | nestoren nestors |
| verkleinwoord | - | - |
- oudste van een groep personen
- Met zijn 77 jaar was hij de nestor in het liquidatieproces Eris, waarin hij uiteindelijk 11,5 jaar cel kreeg in plaats van levenslang, zoals justitie had gevorderd.[4]
- Het woord nestor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nestor" herkend door:
| 91 % | van de Nederlanders; |
| 84 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "nestor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ nestor op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.parool.nl (12 feb 2026)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be