neofiel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neo·fiel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neofiel neofielen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

neofiel m

  1. iemand die steeds uit is op nieuwe dingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen