neigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: nijgen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nei·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neigen
neigde
geneigd
zwak -d volledig

Werkwoord

neigen

  1. ergatief een tendens vertonen
    • Hij was geneigd daar problemen over te maken. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.