negenenzestigjarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·gen·en·zes·tig·ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

negenenzestigjarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van negenenzestigjarig
    • De vulkaan werd weer actief na een negenenzestigjarige periode zonder uitbarstingen. 
Schrijfwijzen
enkelvoud meervoud
naamwoord negenenzestigjarige negenenzestigjarigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

negenenzestigjarige m / v

  1. levend wezen dat 69 jaar oud is of iets dat 69 jaar bestaat
    • De negenenzestigjarige heeft zijn vijf jaar jongere echtgenote tijdens zijn studie in Deventer leren kennen. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid