natuurgebied

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·ge·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurgebied natuurgebieden
verkleinwoord natuurgebiedje natuurgebiedjes

Zelfstandig naamwoord

natuurgebied o

  1. een gebied met opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna, geologische of landschappelijke gesteldheid, zoals dit bijvoorbeeld tot uiting komt in een grote uitgestrektheid of biodiversiteit


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie