muurverf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • muur·verf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord muurverf muurverven
verkleinwoord muurverfje muurverfjes

Zelfstandig naamwoord

muurverf v/m

  1. verf om een muur mee te verven
    • De muurverf was van goede kwaliteit. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.