mutatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ta·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mutatief mutatieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mutatief o

  1. (taalkunde) werkwoord dat het overgaan van de ene toestand in de andere uitdrukt
    • het werkwoord 'inslapen' is een mutatief 

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.