mugire

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /muː.ˈgiː.rɛ/
Woordafbreking
  • mu·gi·re
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van een Proto-Indo-Europese klanknabootsing met het achtervoegsel -ire
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
mūgīre mūgio mūgīvi mūgītum
vierde vervoeging volledig

Werkwoord

mūgīre

  1. loeien
  2. schreeuwen
  3. dreunen, kraken, schetteren
Afgeleide begrippen