dreunen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

0:10 Dreunen van de trams bij de Erasmusbrug te Rotterdam
Uitspraak
Woordafbreking
  • dreu·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

dreunen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dreunen
dreunde
gedreund
zwak -d volledig
  1. hard geluid
    • De stem van de schooldirekteur dreunde door de aula toen hij zijn speech hield. 
  2. trillen door zware voorwerpen
    • Het hele huis dreunde door de voorbij rijdende vrachtwagens. 

Zelfstandig naamwoord

dreunen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dreun

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.